Inhoud

Leren

De school sluit aan bij de vraag en de behoefte van het lerende kind, geeft ondersteuning op maat en systematische begeleiding en bevordert de ontwikkeling door ruimte te maken voor zelfstandig onderzoek en samenwerking.

Het leren is afgestemd op handelingsbekwaamheden, taakbeleving en specifieke behoeften. Daarbij wordt uitgegaan van de eigen kracht van het kind om het leerproces mede zelf te sturen, zelfverantwoordelijkheid te dragen en zo een eigen ontwikkelingsweg af te leggen.

Doorgaande lijn

Onze school werkt met gemengde kleutergroepen. In groep 1/2 werken we thematisch en vanuit spel.
 
Vanaf groep 3 t/m 8 werken wij in groepen samengesteld op basis van leeftijd van kinderen (groep 3, groep 4, etc.).
 
Ons onderwijs wordt vormgegeven vanuit groepsplannen en in het lesgeven volgens het IGDI model (IGDI=Interactieve Gedifferentieerde Directe Instructie).

Binnen de groepsplannen (voor de didactische gebieden spelling, rekenen, lezen en begrijpend lezen) kennen we drie niveaus:

  • De basisgroep
  • Kinderen die verlengde instructie krijgen
  • Kinderen die de verkorte instructie krijgen in de plusgroep.

Het geplande aanbod per groep kinderen staat beschreven in het groepsplan.
Bij het IGDI model wordt het lesdoel expliciet met kinderen besproken en geëvalueerd, met tussentijdse procesgerichte feedback.

Onderwijscurriculum

Voor alle vakken gelden kerndoelen, waarin het na te streven eindniveau staat aangegeven. Deze kerndoelen zijn in opdracht van de regering vastgesteld. Eigentijdse methoden helpen deze doelen te bereiken. Regelmatig worden de kinderen getoetst om te bekijken of zij -en de school- nog op de goede weg zijn.
 
In het algemeen moeten kinderen op een flink aantal gebieden basiskennis opdoen. Daarnaast zullen allerlei vaardigheden hen verder moeten brengen. De kinderen moeten leren zelfstandig hun weg te vinden in de veelheid, vanuit hun eigen belangstelling of vanuit vragen of opdrachten die anderen hen stellen. Zelfstandig leren is daarbij het doel.
 
Door gebruik te maken van coöperatieve werkvormen wordt geprobeerd samenwerking met andere kinderen te bevorderen. Belangrijk daarbij is dat een kind zicht krijgt op zijn eigen vaardigheden en vorderingen. Ruime keuzevrijheid en zelf beslissingen mogen nemen, leiden daartoe. Ook controle op eigen werk helpt daarbij. Kinderen leren van hun doen en laten verantwoording af te leggen aan zichzelf, aan elkaar en aan de leerkracht.
 

Groep 1/2

Wij werken in gemengde kleutergroepen, waarin kinderen tussen de 4 en 7 jaar met elkaar spelen en leren.
De activiteiten worden verzorgd rondom een thema, dat de basis vormt van ons aanbod. Hierin spelen een aantal activiteiten een centrale rol: spelen in hoeken, spelen in de speelzaal of buiten, grote en kleine kringen, werklessen.

Alle vakvormingsgebieden komen in thema’s aan de orde: sociaal-emotionele ontwikkeling, voorbereidend taal en rekenen, spel, creatieve vorming en wereldoriëntatie.

Wij volgen zoveel mogelijk de individuele ontwikkeling van het kind. Er is weliswaar een basisaanbod voor groep 1 en groep 2, het kan echter zo zijn dat groep 1 kinderen gebruik maken van het aanbod voor groep 2 en andersom.

Taal/lezen & Rekenen

Vanaf groep 3-8 werken we met methodegericht onderwijs. Hierbij gebruiken we de methodes van Veilig Leren Lezen en Estafette voor technisch lezen en Nieuwsbegrip XL voor begrijpend lezen.

Daarnaast gebruiken we Taal in Beeld voor onze taallessen.

We volgen de leerlijnen van de methodes en passen deze aan om de lessen te verrijken en betekenisvoller te maken. Hierbij zijn de lesdoelen leidend.

Bij rekenen gebruiken we de methode Pluspunt. Deze wordt ingezet in groep 3 tot en met 8. We gaan hier op dezelfde wijze mee om als bij lezen en taal.

Verkeer

Voor verkeer werken we met de methode Wijzer door het Verkeer.

De verkeerseducatie richt zich op de inhoud van de lessen verkeer, die niet alleen theoretisch, maar ook praktisch gericht zijn. Daarnaast is er een werkgroep, waarin ouders en leerkrachten overleggen met de gemeente en het Regionaal Overleg Verkeersveiligheid Limburg (ROVL) over de verkeersveiligheid van de schoolomgeving en de route van huis naar school.

In groep 7 wordt het landelijk verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland afgenomen.
Tijdens het schriftelijk verkeersexamen wordt getoetst of de leerlingen de verkeerskennis beheersen en voldoende inzicht hebben in verkeerssituaties.

Tijdens het praktisch verkeersexamen wordt getoetst of de leerlingen de opgedane verkeerskennis goed kunnen toepassen in het echte verkeer. De leerlingen fietsen hiervoor een route door Reuver. De route wordt vooraf bekend gemaakt zodat de leerlingen deze kunnen oefenen.

Engelse en Duitse taal

Met de methode The Team maken de leerlingen vanaf groep 7 kennis met de Engelse taal.

Basisschool Bösdael is een Euregio-school. Internationale samenwerking komt tot uiting in een regelmatig overleg over grensoverschrijdende activiteiten en in contacten met collega’s in Duitsland. In het onderwijsaanbod van de school zijn naast Engelse lessen ook lessen in de Duitse taal en cultuur opgenomen. 
 

Expressie & Wereldoriëntatie

De expressievakken muziek, tekenen en handvaardigheid worden verweven in thema’s.

We kiezen voor opdrachten die passen bij de actualiteit van het moment en de belevingswereld van de kinderen. Hierbij dragen we voor zorg voor een breed aanbod aan technieken.

Voor Wereldoriëntatie gebruiken we de methode De Zaken. Deze methode omvat de domeinen aardrijkskunde, natuur & techniek en mens & samenleving.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Schoolbreed wordt er gewerkt met de Soemo Kaarten. Dit is een programma dat kinderen helpt om hun sociaal-emotionele vaardigheden te ontwikkelen: samen spelen, samenwerken, praten, luisteren, rekening houden met elkaar, zelfvertrouwen opdoen, gevoelens uiten, omgaan met verschillen, conflicten oplossen en omgaan met groepsdruk.

Daarnaast komen media-educatie, gezondheidsvaardigheden en burgerschap aan bod via andere lesprogramma’s. Allemaal essentiële basisvaardigheden die voor kinderen belangrijk zijn om goed te kunnen functioneren. Zowel nu, op school en thuis, als later wanneer zij volwassen zijn.

We beschikken over een pestprotocol. We handelen hiernaar. Dat wil zeggen dat we aandacht hebben voor drie groepen (degene die gepest wordt, de pester en de middengroep).

We hebben mogelijkheden om programma’s in te zetten voor een kleinere groep kinderen, zoals bijvoorbeeld een SOVA-training (sociale vaardigheden) in de bovenbouw. De ouders worden hier actief bij betrokken. In groep 8 is de training met name gericht op de overgang naar het voortgezet onderwijs.

Cultuur & Ontmoeting

Kunst- en cultuureducatie is een verkenning en beleving van de eigen en andere culturen en van allerlei vormen van kunst, zoals dans, toneel, muziek, literatuur, film en audiovisuele kunstuitingen.

Er is een nauwe samenhang tussen de cultuureducatie en de overige vakgebieden.

Bösdael Centrum voor het Kind speelt als brede school een belangrijke rol in het kader van de activering en integratie van en de participatie met verschillende doelgroepen, zoals ouderen en allochtone gezinnen. Het Centrum levert daarmee een niet te verwaarlozen bijdrage aan de sociale infrastructuur binnen de gemeenschap.

Regelmatig zijn er activiteiten die de ontmoeting tussen jong en oud vormgeven. Zo zijn er bijvoorbeeld het voorleesontbijt, de hulp bij het overblijven en de ondersteuning bij de sportdag.

In wekelijks terugkerende workshops rond Meervoudige Intelligentie worden kinderen uit de bovenbouw begeleid door experts, die deskundig zijn op diverse uiteenlopende terreinen. Op basis van interesse en vaardigheid kunnen de kinderen kiezen uit o.a. geschiedenis, modelleren, houtbewerken, toneel, declamatie, park- en dierverzorging, constructiemateriaal, metselen, gezelschapsspelen, filatelie, breien en schaken.

Activiteiten

Activiteiten vinden meestal op school plaats. Dit kunnen schoolbrede activiteiten zijn of activiteiten voor een kleinere groep kinderen. Dit is afhankelijk van het doel van de activiteit. Een doel kan variëren van kennis of een beleving opdoen tot informatie vergaren of samen iets vieren. De ouders worden geïnformeerd over activiteiten en ze worden hier vaak ook bij betrokken.

Excursies worden door leerkrachten zelf georganiseerd en passen binnen het aanbod in de klas. Dit is meestal passend bij het thema van wereldoriëntatie.
Excursies hebben altijd een educatief karakter met de bedoeling het leerstofaanbod meer inhoud en beleving te geven. Ze dienen van toegevoegde waarde te zijn.

Schoolreisje

In de schoolreisjes die een kind gedurende zijn/haar schoolloopbaan op Basisschool Bösdael maakt, staan actief bewegen, samen spelen, samen ontdekken, sociale vorming en/of culturele vorming centraal.

Het schoolreisje voor de leerlingen van de onderbouw vindt plaats aan het begin van het nieuwe schooljaar. Op die manier draagt het bij aan groepsvorming.
De kinderen in de groepen 5 tot en met 7 hebben hun uitstapje in een van de laatste weken van het schooljaar.
In diezelfde periode is voor de leerlingen van groep 8 het schoolverlaterskamp.

Burgerschap

Kenmerkend voor basisschool Bosdael is de manier waarop de school open staat voor de nabije en verre omgeving.

In het meest recente inspectieonderzoek wordt vermeld dat basisschool Bosdael op het gebied van burgerschap goede dingen doet. Hier zijn we erg trots op. Dit uit zich in de manier waarop ouderen betrokken worden bij het onderwijs, de manier waarop de kansen van de omgeving in allerlei projecten benut worden, de manier waarop internationalisering vorm wordt gegeven.

Methodes en bronnen

Overzicht van door ons gehanteerde methodes en bronnen:

  • Woordenstart (taal/lezen, groep 1/2)
  • Veilig Leren Lezen (taal/lezen, groep 3)
  • Taal in Beeld (taal/lezen, groep 4 t.m. 8)
  • Spelling in Beeld (taal/lezen, groep 4 t.m. 8)
  • Woordenschat in Beeld (taal/lezen, groep 4 t.m. 8)
  • Taalmaker (taal/lezen, groep 4 t.m. 8)
  • Leesladder (taal/lezen, groep 3 t.m. 8)
  • Estafette (taal/lezen, groep 4 t.m. 8)
  • Nieuwsbegrip XL (taal/lezen, groep 4 t.m. 8)
  • Pluspunt (rekenen, groep 3 t.m. 8)
  • Ambrasoft (taal/rekenen, alle groepen)
  • Pennenstreken (schrijven, groep 3 t.m. 8)
  • De Zaken (Wereld-, Tijd-, Natuurzaken) (wereldoriëntatie, groep 4 t.m. 8)
  • Wijzer door het verkeer (verkeerseducatie, alle groepen)
  • Hemel en Aarde (godsdienst, alle groepen
  • Leerstof Europees Platform (Duits, groep 5 t.m. 8)
  • The Team (Engels, groep 7 en 8)
  • Blokboeken (diverse onderwerpen, diverse groepen)
  • Opseo (sociaal-emotionele vorming, alle groepen)
  • Soemo (sociaal-emotionele vorming, alle groepen)

Internet

Net als in de maatschappij moeten kinderen leren wat goed is en wat niet, wat kan en wat niet. Het gebruik van het internet als informatiemiddel is een faciliteit die alle leerlingen onder de knie moeten krijgen. Daarbij wordt de strategie van het “begeleidend confronteren” toegepast. “Begeleidend confronteren” houdt in dat je kinderen leert omgaan met internet, zoveel mogelijk zoals het is. Internet is een afspiegeling van de maatschappij. Zoals je ze leert om te gaan met televisie en druk verkeer, zo moet dat ook met het internet.
 
De kinderen van onze school kunnen gebruik maken van Internet. Internetgebruik gebeurt altijd onder toezicht van ouders en/of leerkrachten. Bovendien zijn de meeste ongewenste sites vergrendeld.
 
De leerlingen van de groepen 5 tot en met 8 nemen jaarlijks deel aan een project over Social Media. Dit project wordt door andere scholen in de gemeente Beesel gevolgd. Vanuit de gemeente is er een subsidie om ook externe deskundigen in te kunnen schakelen.

Samen met de kinderen en de leerkrachten zijn een aantal afspraken vastgelegd:

  • Geef nooit persoonlijke informatie door op internet, zoals namen, adressen en telefoonnummers zonder toestemming van de leerkracht
  • Vertel je leerkracht meteen als je informatie tegenkomt waardoor je je niet prettig voelt of waarvan je weet dat het niet hoort; houd jij je aan de afspraken, dan is het niet jouw schuld dat je zulke informatie tegenkomt
  • Leg nooit verdere contacten met iemand zonder toestemming van de leerkracht
  • Verstuur bij e-mailberichten nooit foto’s van jezelf of van anderen zonder toestemming van je leerkracht
  • Beantwoord nooit e-mail waarbij je je niet prettig voelt of waar dingen in staan waarvan je weet dat het niet hoort; het is niet jouw schuld dat je zulke berichten krijgt
  • Verstuur ook zelf dergelijke mailtjes niet
  • Spreek van tevoren met de leerkracht af wat je op internet wilt gaan doen
     

Afspraken leerkrachten:

  • Internet wordt gebruikt voor opbouwende educatieve doeleinden
  • Sites die wij kinderen willen laten gebruiken worden zo mogelijk eerst door de leerkracht bekeken
  • Kinderen zoeken zoveel mogelijk onder begeleiding van leerkracht of ouders op Internet
  • Er worden geen sites bekeken die niet aan onze fatsoensnormen voldoen
  • Er wordt aan de kinderen uitgelegd waarom zij bepaalde sites wel of niet mogen bekijken
  • De leerkracht draagt zorg voor een omgeving waarin kinderen open kunnen vertellen wanneer zij op een ongewenste, onbedoelde site komen; het is meestal immers niet hun schuld
  • Regels en wetten met betrekking tot copyright worden in acht genomen
  • Voor e-mail geldt het briefgeheim, maar op grond van hun pedagogische verantwoordelijkheid mogen de leerkrachten e-mail van leerlingen bekijken

Pesten

In ons pedagogisch handelen willen wij een sfeer creëren, waarbinnen kinderen zich prettig en veilig voelen en zich goed kunnen ontwikkelen, daarom besteden we veel aandacht aan het pesten en gepest worden.
 
Pesten is niet af te doen met de opmerking dat “iedereen wel eens wordt geplaagd”. Tussen plagen en pesten zit een groot verschil. Bij plagen zijn kinderen aan elkaar gewaagd. Bij pesten niet, dan wordt een kind zo vaak onder handen genomen dat het er geestelijk en lichamelijk onder lijdt. Zo’n kind is niet in staat zich te verdedigen. Pesten is gebaseerd op ongelijkheid. De pester speelt de baas over het gepeste kind.
 
Het pestprobleem draait niet alleen om de pester en het gepeste kind. Op de achtergrond is er een zwijgende groep kinderen bij betrokken: de meelopers. Zij vormen het publiek voor de pester, waaraan hij zijn succes afmeet. Er zijn echter ook kinderen die pesten afkeuren, maar er zich niet mee bemoeien.
Verder zijn natuurlijk de ouders in het geding. Zij worden dagelijks geconfronteerd met een emotioneel geknakt kind of krijgen thuis stoere verhalen te horen.
En dan is er de leerkracht. Deze heeft de groep, pesters én gepeste kinderen, elke dag in de groep en kan iets doen aan de veiligheid van alle kinderen. Niemand mag de ogen sluiten voor pestgedrag.
Ouders, leerkrachten, leerlingen, directie en bestuur moeten er samen iets aan doen. Niemand mag aan de kant blijven staan.
 
Om het pestprobleem op school aan te pakken gaan wij te werk volgens de ‘vijfsporenaanpak’. Deze is gericht op alle betrokkenen:

  • De ouders, door over pesten te praten en het pesten aan te kaarten bij de leerkracht of schooldirectie
  • De leerkracht, die pestgedrag in de groep aan de orde stelt en samen met de leerlingen regels vastlegt
  • De pester, door hem/haar op zijn/haar gedrag aan te spreken
  • Het gepeste kind, door te luisteren en het verhaal serieus te nemen
  • De zwijgende groep leerlingen, door hen aan het praten te krijgen en stelling te laten nemen